De verkoop van huurwoningen verschoof in het derde kwartaal van 2026 naar het duurste segment van de vrije sector, blijkt uit een analyse van woningplatformen Pararius en Huurwoningen.nl. Bijna een derde (32,7 procent) van de verkochte voormalige huurwoningen had een huur van meer dan €2.000 per maand, tegen ruim een vijfde (21,3 procent) een jaar eerder.
Het aandeel middenhuur, waarvoor sinds 1 juli 2024 de Wet betaalbare huur geldt, daalde in die verkopen van 20,8 naar 14,6 procent. Tegelijk nam het vrije sector huuraanbod af met 12,9 procent en steeg de huurprijs per vierkante meter met 4,4 procent, harder dan de koopprijzen en de inflatie.
Wanneer een verhuurder besluit een huurwoning te verkopen, dan komt die woning op de koopmarkt terecht. Deze zogeheten uitponding brengt Pararius in beeld met transactiedata van het Kadaster. In het derde kwartaal van 2026 was 5,4 procent van alle verkochte woningen in Nederland een voormalige huurwoning, tegen 5,9 procent een jaar eerder.¹
Van alle uitgeponde woningen had 32,7 procent een huur van meer dan €2.000 per maand, tegen 21,3 procent een jaar eerder. Dit is voor het eerst sinds de start van deze meting (Q3 2024) de grootste groep binnen de uitponding. Het aandeel middenhuur daalde in een jaar tijd van 20,8 naar 14,6 procent. Ruim acht op de tien verkochte huurwoningen vallen inmiddels in de vrije sector, waarvoor de wet geen maximale huurprijs stelt. Wel betalen particuliere verhuurders in elke prijsklasse box 3-heffing, en die is sinds 2024 verhoogd.
“De Wet betaalbare huur moest meer betaalbare huurwoningen opleveren, maar bereikt het tegenovergestelde”, aldus Jasper de Groot, directeur van Pararius. “Sinds de invoering zijn al ruim 76.000 huurwoningen door uitponding van de markt verdwenen, en de uitponding gaat door. Inmiddels verkopen verhuurders zelfs hun duurste woningen, want met de hogere box 3-heffing is, naar ik vrees voor veel verhuurders, ook verhuur in het dure segment niet meer rendabel. Dit maakt het middel erger dan de kwaal; de schade is nu al enorm en het zal decennia kosten om te herstellen naar het oude niveau, dat destijds al veel te klein was.”
De regionale verschillen op het gebied van uitponding zijn groot. Van alle woningen die sinds 1 juli 2024 in Amstelveen zijn verkocht, stond 13,3 procent eerder op Pararius of Huurwoningen.nl te huur. Weesp volgt met 10,1 procent en Amsterdam met 9,1 procent. Ook Rotterdam (8,8 procent), Wassenaar (8,1 procent) en Hilversum (8,1 procent) scoren hoog. Den Haag en Eindhoven komen allebei uit op 7,6 procent.
Aantal vrijgekomen vrije sector huurwoningen
In het derde
kwartaal van 2026 werden 13.517 vrije sector huurwoningen aangeboden. Een jaar
eerder waren dat er 15.515. Woningzoekenden hadden 1.998 woningen minder om uit
te kiezen, een daling van 12,9 procent. Er werden 15.102 woningen verhuurd in
het derde kwartaal van 2026, 1.585 meer dan er nieuw te huur kwamen. Dat
verschil is het grootste sinds het derde kwartaal van 2024.
In de goedkoopste prijsklasse van de vrije sector wurden het afgelopen kwartaal 3.037 woningen verhuurd, 23,3 procent minder dan in het derde kwartaal van 2025. Dit segment wordt nog steeds het hardst geraakt, waardoor woningzoekenden met een kleine portemonnee steeds minder te kiezen hebben. In de middelste prijsklasse steeg het aantal verhuurde woningen van 4.925 naar 5.432. Boven €2.000 bleef het aantal met 6.633 woningen nagenoeg gelijk (6.543 een jaar eerder).
Per vierkante meter betaalden nieuwe huurders in het
derde kwartaal van 2026 gemiddeld €20,92. Dat is 4,4 procent meer dan een jaar
eerder. De koopprijzen stegen in dezelfde periode met 3,5 procent en de
inflatie kwam uit op 3,2 procent. Sinds het eerste kwartaal van 2025 stijgen de
huren sneller dan de inflatie.
Nieuwe huurders betaalden in het derde kwartaal van 2026 gemiddeld €1.914 per maand voor een vrije sector huurwoning. Een jaar eerder was dat €1.869. Dat is een stijging van 2,4 procent. Verhuurders vragen doorgaans een bruto maandinkomen van minimaal drie keer de huur. Bij de huidige gemiddelde huur komt dat neer op €5.742 per maand, €135 meer dan een jaar eerder.
Hoewel de maandhuur met 2,4 procent steeg, steeg de gemiddelde vierkantemeterprijs met 4,4 procent aanzienlijk harder. Dat de totale maandhuur toch minder sterk meegroeide, komt doordat het aanbod is verschoven naar kleinere woningen (gemiddeld 96 vierkante meter tegenover 99 vierkante meter een jaar eerder); bij kleinere woningen ligt de prijs per vierkante meter relatief hoger, terwijl de totale huursom onder de streep lager uitvalt.
¹ Het Kadaster levert transactiedata met ongeveer een maand vertraging. De uitpondingscijfers over het derde kwartaal van 2026 gaan daarom over juli en augustus en zijn voorlopig.