De helft van de mensen van 15 jaar of ouder heeft in
2024 vrijwilligerswerk gedaan. Vrijwilligers doen het
vaakst vrijwilligerswerk voor sportverenigingen en het minst vaak voor arbeids-
of politieke organisaties of vluchtelingeninstanties.
In stedelijke gebieden doet een kleiner deel aan
vrijwilligerswerk dan in niet-stedelijke gebieden. Dat blijkt uit het onderzoek
Sociale samenhang en welzijn van het CBS, dat werd uitgevoerd onder 7,5
duizend mensen van 15 jaar of ouder.
Bijna 50 procent van de mensen van 15 jaar of ouder gaf in
2024 aan dat ze de afgelopen 12 maanden vrijwilligerswerk hebben gedaan. In
2023 was dit vergelijkbaar (49 procent). Het aandeel vrijwilligers nam na 2016
licht af, maar daalde relatief sterk in de eerste twee jaren van de
coronapandemie. Het laagste niveau werd bereikt in 2021 (39 procent). Sindsdien
is het percentage vrijwilligers weer gestegen.
Minste vrijwilligers onder 25- tot 35-jarigen
25- tot 35-jarigen en 75-plussers doen minder vaak dan
gemiddeld aan vrijwilligerswerk (43 en 46 procent). Mensen met een hbo- of
wo-opleiding doen vaker dan gemiddeld aan vrijwilligerswerk (57 procent).
Mensen die met een partner samenwonen en thuiswonende
kinderen hebben, doen het vaakst aan vrijwilligerswerk (57 procent). Hiervan
doet een relatief groot gedeelte vrijwilligerswerk bij school- en
sportverenigingen (respectievelijk 22 en 23 procent). Alleenstaanden, zowel met
als zonder thuiswonende kinderen, doen minder vaak aan vrijwilligerswerk
(respectievelijk 41 en 43 procent).
Mensen vaakst vrijwilliger bij sportvereniging
Mensen geven het vaakst aan zich in te zetten voor
sportverenigingen (16 procent). Dit wordt gevolgd door hobbyverenigingen (11
procent) en door vrijwilligerswerk voor de buurt en voor scholen (beide 10
procent). Mensen geven het minst vaak aan zich in te zetten voor arbeids- of
politieke organisaties of vluchtelingeninstanties (beide rond de 2 procent).
Ook de sociale hulpverlening (zoals de voedselbank) wordt
relatief weinig genoemd (bijna 4 procent). Toch is dit aandeel de afgelopen
jaren wel gestegen, van 2012 tot 2021 was dit minder dan 2 procent. Ook het
aandeel vrijwilligers voor jeugdwerkorganisaties is gestegen, in 2024 was 7
procent van de 15-plussers hier vrijwilliger, tegenover 4 procent in het jaar
daarvoor. Hiermee ligt het weer op het niveau van voor corona.
Meer vrijwilligers op platteland dan in de stad
In zeer sterk stedelijke gebieden geeft 44 procent van de
mensen aan vrijwilliger te zijn geweest in 2024, tegen 59 procent in de
niet-stedelijke gebieden. Dit verschil is te zien in vrijwel alle soorten
organisaties waar mensen vrijwilligerswerk doen. Bij vrijwilligerswerk voor de
buurt is het verschil het grootst: in zeer sterk stedelijke gebieden zegt 8
procent van de mensen iets voor de buurt te doen, in niet-stedelijke gebieden
is dit 18 procent. Ook het verschil bij sportverenigingen is relatief groot:
dit varieert van 12 procent vrijwilligers in zeer sterk stedelijke gebieden tot
20 procent vrijwilligers in de niet-stedelijke gebieden.