Mezen, bloemen en klimop helpen om het aantal
eikenprocessierupsen op een natuurlijke manier onder controle te houden. Dat is
de conclusie van een vijfjarig Nederlands-Vlaams onderzoek, waarbij onder meer
de provincies Noord-Brabant en Gelderland zijn betrokken. De onderzoekers
hebben diverse adviezen opgesteld om te voorkomen dat ergens grote hoeveelheden
overlastgevende rupsen ontstaan.
Zo helpt het om in eikenbomen nestkasten op te hangen voor
insectenetende vogels als de kool- en pimpelmees. Ook een klimop tegen de bomen
heeft volgens de onderzoekers een duidelijk effect op het aantal rupsen.
Natuurlijke vijanden als de sluipwesp en -vlieg verschijnen als er bloemen en
kruiden in de berm staan.
De eikenprocessierups, die honderdduizenden brandharen op
zijn rug heeft, kan bij mensen leiden tot jeuk, huiduitslag en irritaties aan
de ogen en luchtwegen. De rupsen worden nu voornamelijk bestreden met biociden
(stoffen om organismen te doden) of door ze op te zuigen.
Oproep gemeentes
"Ik ben blij verrast dat dit onderzoek onderstreept hoe
effectief biologische oplossingen zijn om de plaagdruk van de
eikenprocessierups te verminderen", zegt de Brabantse gedeputeerde Hagar
Roijackers (natuur en milieu, GroenLinks). Doel van het project is om op
termijn vrijwel geen biociden meer te gebruiken. De betrokken instanties hebben
filmpjes gemaakt met uitleg over de adviezen.
Verschillende gemeenten waarschuwden onlangs weer voor de
eikenprocessierups. Door het warme en droge voorjaar zijn de rupsen al vroeg,
eind maart, uit hun eitjes gekropen. Voordat ze zich verpoppen tot een vlinder,
ontwikkelen ze brandharen. De meeste gemeenten vragen hun inwoners om nesten te
melden, zodat die met een zuigsysteem kunnen worden weggehaald.