De 23e editie van de Nationale Tuinvogeltelling van
Vogelbescherming had een bijzondere uitslag. Voor het eerst in 23 jaar stond
aan het einde van de telling de koolmees bovenaan, in plaats van de huismus.
Ruim 136.000 mensen deden mee met de telling en telden zo'n 1,9 miljoen vogels.
Huismus voor het eerst niet op nummer één
Al jaren bestaat de top drie van de Nationale
Tuinvogeltelling uit de
huismus,
de
koolmees en
de
pimpelmees.
Dit jaar is de huismus voor het eerst in 23 jaar niet op de eerste plaats
geëindigd. De huismus werd 9% minder gezien in de tuinen ten opzichte van vorig
jaar. De koolmees neemt dit jaar de eerste plaats over. Daarmee wordt de
huismus dus na ruim twee decennia van de troon gestoten.
De afname van de huismus begon al in de jaren tachtig,
voornamelijk door verstening van tuinen en openbaar groen. Dit leidde tot een
landelijke achteruitgang van meer dan 50%. De afgelopen jaren leken de
aantallen zich te stabiliseren en was zelfs sprake van enig herstel. De
verwachting was dan ook dat de huismus zijn koppositie zou behouden. Toch werd
de huismus in minder tuinen gezien en daalde de gemiddelde groepsgrootte, zodat
ook het totaal aantal huismussen in de telling is gedaald. Wat de exacte reden
is van de afname van de huismus moet nader onderzocht worden. Vroegtijdige
conclusies zijn moeilijk en daarom is het noodzakelijk om de mogelijke oorzaken
van de daling beter te onderzoeken.
Pimpelmezeninvasie zichtbaar in tuinen
In oktober werd tijdens de najaarstrek een invasie
waargenomen van ongewoon grote aantallen pimpelmezen. Dit effect is
waarschijnlijk terug te zien in de tuintellingen: de pimpelmees staat in de
voorlopige tussenstand op nummer drie en werd in 9% meer tuinen geteld dan
vorig jaar.
Door sneeuw en ijs, met name in het noorden van het land,
trekt een deel van de vogels naar gebieden met meer voedsel en daardoor zijn ze
vaker in tuinen te zien. Opvallend was bijvoorbeeld de waarneming van maar
liefst vijf
boomleeuweriken in
één tuin in Drenthe, een soort die zelden in tuinen wordt gezien. Een
duidelijke toename zien we bij de
kramsvogel, dit kan te
maken hebben met de sneeuw-vorsttrek. Dit jaar werden er ruim 7.759 geteld,
vorig jaar slechts 868.
Opvallend is de comeback van de
spreeuw, die na een
afwezigheid van bijna 10 jaar terugkeert in de top-10. Waar de huismus terrein
verliest, laten spreeuwen een tegengestelde trend zien: grotere groepen (+5%)
en een duidelijke toename in het aantal tuinen waarin ze zijn waargenomen
(+10%). Ook zien we een kleine toename bij
halsbandparkieten en
merels.