Door de komst van terugleverkosten en het naderende einde van de salderingsregeling heeft de zonnepanelenmarkt een flinke knauw gekregen. In de provincie Noord-Brabant nam het aantal woningen met zonnepanelen in de eerste helft van dit jaar met ‘slechts’ 5,3 procent toe. Slechts, want in heel 2023 ging het nog om een toename van ruim 28 procent.
De gemeente Geertruidenberg kende de grootste groei, terwijl de onzekerheid over het rendement zich in Cranendonck juist het meest deed voelen. Dat blijkt uit een analyse van nieuwe CBS-cijfers door duurzaamheidsplatform Slimster.
De sterke groei in
Geertruidenberg is opmerkelijk, aangezien de gemeente de voorgaande jaren tot
de Brabantse middenmoot behoorde. Volgens het CBS heeft er nauwelijks nieuwbouw
plaatsgevonden, wat anders een logische verklaring was geweest. Het percentage
woningen met zonnepanelen steeg in Geertruidenberg met ruim 13 procent, terwijl
de nummer twee, Baarle-Nassau, slechts een stijging van 7,7 procent noteert.
Onderaan staat Cranendonck, waar het percentage huizen met zonnepanelen met 2,7
procent toenam.
De hamvraag is natuurlijk of diegenen die dit jaar
zonnepanelen lieten plaatsen daar goed aan gedaan hebben. “Vanuit duurzaam
oogpunt natuurlijk zonder enige twijfel”, zegt
Slimster-eigenaar Marco
Schuurman. “En kijken we naar het financiële aspect, dan hangt dat voor een
groot deel van je energiecontract af. Maar wat goed is om te beseffen, is dat
je - ongeacht wat je situatie verder is - doorgaans al gauw zo’n 30 procent van
je zelfopgewekte zonnestroom meteen in huis verbruikt.”
Schuurman rekent voor wat dat oplevert met een
stroomtarief van 30 cent per kilowattuur (kWh) en een aanschafprijs van 4200
euro voor tien zonnepanelen: “Deze set zal zo’n 3500 kWh per jaar opwekken.
Daarmee bespaar je, door die 30 procent zelfconsumptie, sowieso 315 euro per
jaar. Afhankelijk van hoeveel je na het stoppen van de salderingsregeling nog
voor de rest van je zonnestroom krijgt, zal de daadwerkelijke terugverdientijd
ergens tussen de 6,5 en 9,6 jaar liggen